Bandenprofiel zelf meten: zo doet u dat goed

Een band kan er van een afstand nog prima uitzien, terwijl het profiel al te ver is afgesleten. Juist op een nat wegdek merkt u het verschil: de auto remt later, stuurt minder strak en verliest sneller grip. Bandenprofiel zelf meten kost maar een paar minuten en geeft u snel duidelijkheid over de veiligheid van uw auto.

U hoeft daarvoor geen monteur te zijn. Met een profieldieptemeter meet u nauwkeurig, maar ook zonder speciaal gereedschap kunt u een eerste controle doen. Belangrijker dan één getal is dat u op de juiste plekken meet en begrijpt wat afwijkende slijtage kan betekenen.

Waarom voldoende profiel verschil maakt

De groeven in uw band voeren water, vuil en sneeuw af. Hoe minder diep die groeven zijn, hoe minder water de band kan verwerken. Bij flinke regen ontstaat dan eerder aquaplaning: er komt een laag water tussen band en wegdek, waardoor u tijdelijk nauwelijks grip heeft.

Ook de remweg loopt op wanneer een band ver versleten is. Dat is vooral merkbaar bij een noodstop op een natte weg, maar ook in bochten en op rotondes. Het wettelijke minimum voor personenautobanden is 1,6 millimeter profiel. Dat is een ondergrens, geen streefwaarde om zo lang mogelijk door te rijden.

Voor zomerbanden is vervangen rond 3 millimeter meestal verstandig. Bij winterbanden ligt dat punt vaak rond 4 millimeter, omdat de lamellen en groeven dan nog voldoende kunnen werken in sneeuw, kou en water. Rijdt u veel snelwegkilometers, met een caravan of regelmatig in het donker en met regen? Dan is eerder vervangen vaak de veiligere keuze.

Bandenprofiel zelf meten met een profieldieptemeter

De eenvoudigste en meest betrouwbare methode is een profieldieptemeter. Dit kleine hulpmiddel is goedkoop, past in het dashboardkastje en geeft de diepte in millimeters aan. Zet uw auto op een vlakke ondergrond, draai het stuur eventueel iets in en zorg dat u goed bij het loopvlak kunt.

Plaats het pennetje van de meter in een hoofdgroef van de band. Druk de voet van de meter vlak op het rubber en lees de waarde af. Meet niet op het verhoogde slijtageblokje in de groef, want dat blokje is juist de wettelijke grensindicator.

Meet per band op minimaal drie plekken: aan de binnenkant, in het midden en aan de buitenkant van het loopvlak. Doe dit rondom de band op meerdere punten als u twijfelt. Een band slijt namelijk niet altijd overal gelijkmatig. Meet ook alle vier de banden. De voorbanden slijten bij veel auto's sneller, maar dat is geen vaste regel.

Controleren zonder meter

Heeft u geen profieldieptemeter bij de hand, dan kunt u de slijtage-indicatoren gebruiken. In de hoofdgroeven zitten kleine rubberen dwarsbalkjes. Ligt het loopvlak vrijwel gelijk met zo'n balkje, dan zit de band rond de wettelijke minimumdiepte en moet hij vervangen worden.

Een muntje kan een globale indruk geven, maar is minder precies. Voor een beslissing over vervanging is een profieldieptemeter of een professionele controle beter. Een paar tienden van een millimeter maken bij een versleten band al verschil, terwijl die met een muntje lastig zijn af te lezen.

Let op verschillen in slijtage

Niet alleen de profieldiepte telt. Kijk ook naar het slijtagepatroon. Slijt het midden van de band duidelijk harder dan de schouders, dan is de bandenspanning mogelijk te hoog geweest. Slijten juist beide buitenzijden harder, dan kan een te lage bandenspanning een rol spelen.

Slijtage aan één kant van de band wijst vaak op een probleem met de uitlijning. Denk aan een stoeprand die net te hard is geraakt, een diep gat in de weg of onderdelen van de wielophanging die slijtage vertonen. Een auto die naar links of rechts trekt, een scheef stuur heeft of ongelijkmatige slijtage laat zien, verdient een controle van de uitlijning.

Voelt het loopvlak golvend of zaagtandachtig aan? Dat kan komen door onbalans, versleten schokdempers of een combinatie van rijgedrag en bandenspanning. Alleen nieuwe banden plaatsen lost de oorzaak dan niet altijd op. Laat eerst beoordelen wat er aan de hand is, anders kan een nieuwe band opnieuw onregelmatig slijten.

Vergeet de binnenkant van de band niet

De buitenkant van een band is makkelijk te bekijken, maar de binnenste schouder wordt vaak overgeslagen. Toch komt slijtage aan de binnenzijde regelmatig voor, zeker bij auto's met een afwijkende uitlijning. Draai het stuur volledig naar links of rechts om de voorbanden beter te zien. Bij de achterbanden kan een zaklamp helpen.

Ziet u scheurtjes in het rubber, bulten op de wang van de band, een spijker of een beschadiging na een stoeprand? Meet dan niet alleen het profiel, maar laat de band beoordelen. Een bult in de wang kan wijzen op schade aan de karkaslagen. Daarmee doorrijden is geen goed idee, ook als het profiel nog ruim voldoende is.

Wanneer moet u uw banden controleren?

Een snelle blik bij het tanken is handig, maar een grondige profielcontrole hoeft niet iedere week. Controleer uw banden minstens eens per maand samen met de bandenspanning. Kijk daarnaast voor een lange rit, voor de vakantie, na een harde klap tegen een stoeprand en bij de wissel van zomer- naar winterbanden of andersom.

Bij een melding van het TPMS-systeem moet u altijd de bandenspanning controleren. Zo'n melding betekent niet automatisch dat uw profiel te laag is. TPMS bewaakt de spanning of signaleert een verschil in draaisnelheid, afhankelijk van het systeem in uw auto. Toch is het een logisch moment om meteen ook profiel, beschadigingen en eventuele spijkers te bekijken.

Profiel is niet het enige criterium voor vervangen

Een band met 4 millimeter profiel hoeft niet per definitie nog goed te zijn. Leeftijd, uitdroging, beschadigingen en de manier waarop de band is gebruikt, tellen ook mee. Banden die weinig kilometers maken kunnen na jaren harder worden en minder goed presteren, vooral in natte of koude omstandigheden.

Kijk daarom ook naar de DOT-code op de zijkant van de band. De laatste vier cijfers geven de productieweek en het productiejaar aan. Een code die eindigt op 1822 betekent bijvoorbeeld geproduceerd in week 18 van 2022. Er is geen vaste vervangingsdatum die voor elke band en auto gelijk is, maar bij oudere banden is een deskundige controle verstandig, ook als het profiel er nog goed uitziet.

Vervangt u twee banden, laat de beste banden dan meestal op de achteras monteren. Dat helpt de stabiliteit te behouden als u op een natte weg moet uitwijken of een bocht neemt. De juiste keuze kan wel afhangen van het type auto, de aandrijving, bandenmaten en het verschil in slijtage. Vraag bij twijfel om advies.

Snel zekerheid bij twijfel

Twijfelt u of uw meting klopt, of ziet u een vreemde slijtageplek? Wacht niet tot de APK of de volgende bandenwissel. Bij Peelrand Banden & Service kunt u terecht voor een gratis bandencontrole. Dan wordt niet alleen naar de millimeters gekeken, maar ook naar spanning, beschadigingen en het slijtagebeeld.

Een band die nog nét wettelijk mag, is niet altijd de band waarmee u met een gerust gevoel een natte provinciale weg op rijdt. Controleer daarom vandaag nog even uw profiel. Vijf minuten bij de oprit kunnen u veel onzekerheid onderweg besparen.