Een stuur dat begint te trillen zodra u de snelweg op draait, is geen detail dat u moet wegwuiven. Het is vaak een duidelijk antwoord op de vraag: wanneer banden laten balanceren? Bij een goed gebalanceerd wiel draait de band rustig rond. Is de verdeling van het gewicht niet meer in orde, dan voelt u dat terug in het stuur, de vloer of zelfs de hele auto.
Balanceren is relatief snel geregeld, maar heeft veel invloed op comfort, bandenslijtage en de onderdelen rond uw wielen. Wacht daarom niet tot een trilling erger wordt. Zeker als u vaak rijdt tussen Beugen, Boxmeer, Cuijk, Gennep en de snelweg, merkt u het verschil snel.
Wat gebeurt er bij banden balanceren?
Een band en velg zijn nooit overal exact even zwaar. Tijdens het balanceren wordt het complete wiel op een balanceermachine gemeten. De machine ziet waar een kleine onbalans zit. Vervolgens plaatst de monteur op de juiste plek kleine balanceergewichtjes op de velg.
Daardoor draait het wiel weer gelijkmatig rond. Dat klinkt als een klein verschil, maar bij 100 kilometer per uur draait een wiel honderden keren per minuut. Een minimale gewichtsafwijking kan dan een duidelijke trilling veroorzaken.
Balanceren is iets anders dan uitlijnen. Bij uitlijnen worden de standen van de wielen gecontroleerd en afgesteld, zodat ze recht ten opzichte van elkaar en de auto staan. Bij balanceren gaat het om de gewichtsverdeling in het draaiende wiel. Beide werkzaamheden kunnen nodig zijn, maar lossen verschillende problemen op.
Wanneer banden laten balanceren?
De meest voorkomende reden is trilling tijdens het rijden. Voelt u het stuur bibberen tussen ongeveer 80 en 120 kilometer per uur? Dan ligt een onbalans in een voorwiel voor de hand. Voelt u de trilling vooral in de stoel, vloer of achterbank, dan kan een achterwiel de oorzaak zijn.
Laat uw banden ook balanceren nadat er aan het wiel is gewerkt. Dat geldt bij nieuwe banden, een bandenwissel, montage op andere velgen en na een reparatie waarbij de band van de velg is geweest. Bij een wissel van zomer- naar winterbanden of andersom is balanceren vaak onderdeel van een nette montage.
Ook na een harde klap tegen een stoeprand, een diep gat in de weg of schade aan een velg is een controle verstandig. Daarbij kan niet alleen een balanceergewichtje losraken, maar kan de velg ook licht vervormen. Dat hoeft niet altijd zichtbaar te zijn, terwijl u het onderweg wel merkt.
Signalen die u niet moet negeren
Niet elke onbalans begint met een hevige trilling. Soms wordt het probleem langzaam erger. Let daarom op deze vier signalen:
- Het stuur trilt bij een bepaalde snelheid en wordt rustiger als u harder of zachter rijdt.
- De auto voelt onrustig aan op de snelweg, terwijl het wegdek goed is.
- U ziet onregelmatige slijtage of lichte schulpvorming op het loopvlak van de band.
- Een eerder rustige auto voelt na een bandenwissel plots minder comfortabel aan.
Waarom op tijd balanceren geld kan besparen
Doorrijden met ongebalanceerde banden is niet alleen minder prettig. De trilling belast ook andere delen van de auto. Denk aan wiellagers, schokdempers, stuurdelen en ophangingsrubbers. Die zijn niet altijd direct kapot, maar extra belasting helpt ze niet langer mee.
Daarnaast kan een band onregelmatig afslijten. Heeft een band eenmaal duidelijke slijtageplekken, dan verdwijnt dat niet vanzelf na het balanceren. In dat geval blijft de band vaak hoorbaar of voelbaar, ook al is de gewichtsverdeling daarna weer goed. Vroeg ingrijpen kan dus voorkomen dat u banden eerder moet vervangen dan nodig is.
Ook het rijcomfort telt. Een auto die rustig en stabiel rijdt, geeft meer vertrouwen - zeker bij regen, lange ritten of een volle auto. Balanceren verandert niets aan de grip van een versleten band, maar zorgt er wel voor dat een goede band doet waarvoor hij bedoeld is.
Hoe vaak is balanceren nodig?
Er is geen vaste kilometerstand waarop iedere auto opnieuw gebalanceerd moet worden. Als u geen trillingen voelt, geen schade heeft gereden en de banden niet van de velg zijn geweest, is tussentijds balanceren meestal niet nodig.
In de praktijk is het verstandig om de wielen te laten balanceren bij iedere nieuwe bandenmontage en bij elke seizoenswissel als de banden opnieuw worden gemonteerd. Heeft u complete zomer- en winterwielen op aparte velgen? Dan is opnieuw balanceren niet automatisch nodig bij het wisselen, zolang de wielen goed zijn opgeslagen en er geen gewichtjes zijn verdwenen. Een controle is wel slim als u daarna trillingen merkt.
Rijdt u veel over wegen met drempels, slecht wegdek of stoepranden, dan is de kans op een probleem groter. Hetzelfde geldt als u regelmatig met zware belading rijdt. Bij twijfel is een snelle controle goedkoper en verstandiger dan wekenlang doorrijden met een onrustige auto.
Balanceren, uitlijnen of allebei?
Een handige vuistregel: trilt de auto vooral bij een bepaalde snelheid, dan denkt een monteur eerst aan balanceren. Trekt de auto naar links of rechts, staat het stuur scheef wanneer u rechtdoor rijdt of slijten de banden aan één kant sneller, dan is uitlijnen waarschijnlijker.
Toch kunnen beide zaken tegelijk spelen. Een harde klap in een kuil kan bijvoorbeeld een balanceergewichtje losmaken én invloed hebben op de wielstand. Daarom wordt bij een bandencontrole niet alleen naar de gewichtjes gekeken. De conditie van de band, de velg, de profieldiepte en het slijtagebeeld vertellen vaak al veel.
Let ook op de bandenspanning. Een te lage of ongelijke bandenspanning veroorzaakt geen onbalans, maar kan wel een onrustig rijgevoel geven en banden sneller laten slijten. Controleer de spanning daarom regelmatig, bij voorkeur bij koude banden.
Wat kunt u zelf controleren?
U kunt een onbalans niet zelf nauwkeurig oplossen, maar u kunt wel alert zijn. Kijk bijvoorbeeld of er een zichtbaar balanceergewichtje ontbreekt aan de rand van de velg. Ziet u verse schade na een stoeprand of kuil, controleer dan ook op een bobbel in de wang van de band. Met een beschadigde band moet u niet blijven rijden.
Probeer bovendien goed te onthouden wanneer de trilling optreedt. Alleen bij 90 kilometer per uur? Pas na twintig minuten rijden? Vooral tijdens het remmen? Die informatie helpt de monteur bij een gerichte controle. Trilling tijdens het remmen wijst bijvoorbeeld vaker op een probleem met remschijven dan op een onbalans.
Was uw auto vóór de bandenwissel rustig en daarna niet meer, meld dat dan direct. Het is geen eigenschap waar u aan hoeft te wennen. Een correct gemonteerde en gebalanceerde band hoort comfortabel te rijden.
Snel weer rustig onderweg
Banden balanceren is nauwkeurig werk, maar hoeft geen ingewikkeld traject te zijn. Bij Peelrand Banden & Service kunnen we uw banden en velgen controleren met moderne apparatuur en duidelijk aangeven wat nodig is. Geen onnodig werk, wel een technisch correcte oplossing voor een auto die weer rustig rijdt.
Voelt u trilling in het stuur of merkt u na een bandenwissel verschil? Wacht niet tot de slijtage zichtbaar wordt. Laat uw wielen controleren, dan rijdt u comfortabeler en geeft u uw banden de beste kans om langer mee te gaan.